Het Bloed van Christus in de H. Eucharistie

Niet alleen het Lichaam van Christus is aanwezig in de Heilige Hostie, maar ook Zijn Bloed, want er is geen levend lichaam zonder bloed. In de Heilige Mis wordt dit bloed aanwezig door de transsubstantiatie van de wijn wanneer de priester de woorden uitspreekt: “Dit is de kelk van Mijn bloed, het bloed van het Nieuwe en Eeuwige Verbond, dat voor u en voor velen vergoten wordt tot vergeving van de zonden.”
Deze woorden laten ons zien dat het Bloed van Christus een speciale en diepe betrekking heeft tot onze zonden. Zo wordt het duidelijk dat het Bloed van Christus ons raakt op dat punt dat ons zwakste is, namelijk onze ellende.
Zonder het Bloed van Christus is er geen verlossing van zonden (vgl. Heb 9,23). Dit is de enige medicijn die de ziekte van onze zonden uitwist.
We moeten niet denken dat de Heer zo’n hoge prijs heeft betaald om ons van onze zonden te verlossen en dat Hij ons daarna op een andere manier vergeeft. Dat zou onlogisch voor Hem zijn. Want de Heer zelf zegt dat het “noodzakelijk” is dat Hij lijdt. Lucas 24,26.
Eén reden hiervoor is misschien deze: er is niets in het hele universum dat ons van zonde kan reinigen behalve het Bloed van Christus.
Toch is het Bloed van Christus niet aanwezig in de Eucharistie om ons te bevrijden van onze doodzonden, daarvoor heeft Hij een ander sacrament ingesteld: het sacrament van boete.
Het Bloed van Christus verkrijgt voor ons niet alleen de vergeving van zonden, het is een teken van totale eenheid met de Heer. Na de opstanding zei Jezus tegen Magdalena: “Ga naar Mijn broeders” (Johannes 20,17). Op dit moment noemde Hij Zijn apostelen “broeders”, omdat Hij Zijn Bloed voor hen had gegeven en zij Zijn Bloed hadden gecommuniceerd. Zo smeedde het Bloed van Christus intieme banden tussen de apostelen en de Heer: het was hetzelfde Bloed in hen dat ook in Hem was. Het Bloed van Christus maakte hen tot “bloedverwanten” van de Heer.
Maar Hij zei niet dat degene die communiceert Zijn broeder is, maar “degene die de wil doet van Mijn Vader die in de hemel is”. Hiermee wil Hij ons zeggen: het is niet genoeg om te communiceren, deze communie van liefde in de Eucharistie moet gevolgd worden door de communie van leven: Leven zoals Hij leefde. En dat betekent vooral: Zijn wil doen, Zijn gebod van liefde vervullen, altijd en overal.
Laten we om deze genade vragen, want zonder Zijn hulp zijn we niet in staat om Gods wil te vervullen. Maar de genade van God kan alles, als we ons ervoor openstellen.