Het Lichaam van Christus

In de geconsacreerde Hostie hebben we het lichaam van Christus voor ons. Het is het lichaam geboren uit de Onbevlekte Maagd Maria. Jezus is de Zoon van de Maagd, die zonder erfzonde werd ontvangen.
Het gevolg van de zonde is de dood. Als Adam niet had gezondigd, hoefden de mensen niet te sterven. Jezus was een mens zonder zonde, dus Hij had niet per se hoeven sterven. Zijn lichaam was niet onderworpen aan de wet van de dood. Rom 8,2.
Als we communiceren, ontvangen we dit volkomen, meest zuivere lichaam, en daarom is een van de uitwerkingen van de Heilige Communie dat het ons beschermt tegen de (dood)zonde en ons leidt naar grotere zuiverheid.
We leven in een tijd waarin de mens zeer zondigt met zijn lichaam. Velen leven alleen voor het plezier van het lichaam. Anderen zorgen voor hun lichaam alsof het het kostbaarste en heiligste ter wereld is en vervallen zo in een zekere afgoderij.
Als we de Goddelijke Eucharistie overdenken, begrijpen we dat Jezus leeft voor Zijn Lichaam, maar Zijn Lichaam is de Heilige Kerk. Hij heeft Zijn persoonlijke lichaam voor ons en aan ons gegeven: “Neemt en eet! Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt.”
Nadat Hij Zijn lichaam tot middel heeft gemaakt om Zichzelf met ons te verenigen, maakt Hij het universeel, dat is Zijn Mystieke Lichaam, dat alle mensen van alle tijden in zich kan opnemen.
Door het brood te veranderen in Zijn eigen lichaam en het aan ons te geven als een waar voedsel dat in ons lichaam binnendringt, verenigt Hij Zich op de meest innige en alomvattende manier, zoals dat al mogelijk is in deze wereld.
Laten we de Heer nederig vragen dat deze vereniging met Hem in de H. Communie steeds inniger mag worden, totdat we met Paulus kunnen zeggen: “Ik leef, maar niet meer ik leef, maar Christus in mij.” Gal 2,20.